Op 9 maart vertrok ik vanuit Hattem naar Schiphol, waar mij een lange vlucht naar Japan te wachten stond. Zo’n twaalf uur vliegen van Amsterdam naar Hong Kong, en dan nog eens dik vier uur van Hong Kong naar Kansai Airport in Osaka. Het lijkt een hele flinke reis, maar met een speciaal cultureel visum voor Japan dat een jaar geldig is, is een dagje vliegen geen punt. Het enige is dat ik wellicht nog niet besefte dat ik Nederland – en het vertrouwde comfort dat ermee gepaard gaat – weer voor een lange tijd achter me ga laten. Naar de andere kant van de wereld reizen is tegenwoordig ook zo makkelijk, alsof je even de trein naar een andere stad pakt. Je neemt plaats in een stoeltje, de deuren sluiten, en een paar uur later ben je zomaar in een ander werelddeel. Mijn buurman in het vliegtuig, toevallig uit Elburg, bevestigde deze gedachte. Die ging namelijk voor tien dagen even met zijn gezinnetje naar Hong Kong op vakantie. Het vliegtuig zat overigens vol met gezinnen met (zeer) jonge kindjes. Ik heb geen moment kunnen slapen…
Het vliegtuig landde de volgende morgen met een dik half uur vertraging in Hong Kong. Mijn overstaptijd was volgens schema 50 minuten, maar door de vertraging kon ik mijn aansluitende vlucht niet halen. Voor mij geen probleem, aangezien er een andere vlucht was tweeëneenhalf uur later waarvoor ik direct een nieuwe boarding pass kreeg. Daarnaast kreeg ik nog een voucher van Cathay Pacific om wat te eten te kunnen halen onderwijl ik moest wachten op de volgende vlucht. Prima deal wat mij betreft.
Terwijl ik in Hong Kong op mijn vlucht wachtte drong de inmiddels onvermijdelijke realiteit tot me door: ik moest bij aankomst in Osaka een cameraploeg uit Tokio te woord staan over mijn plannen in Japan. Ik hoopte dus toch nog wat broodnodige slaap te kunnen pakken om enigszins fris voor de dag te komen op beeld. Gelukkig wist ik waarvoor ze mij wilden spreken. Het was kennelijk niet gebruikelijk dat een buitenlander voor een jaar naar Japan komt om daar tatamimatten te leren maken. Issei, gastheer van mijn verblijfplaats en zoon van mijn tatamileraar, had het tv-programma kennelijk benaderd en er bleek genoeg interesse te zijn om hier een item over te maken.
Vlak voor vertrek van mijn tweede vlucht kreeg ik van Issei nog een bericht. Namelijk dat de cameraploeg graag ook mee zou gaan van het vliegveld naar het gasthuis in Izumi, om vast te leggen waar de Nederlandse tatami-apprentice de komende maanden huist. Ik had gehoopt op een gemoedelijke en rustige aankomst in Izumi, maar deze vlieger leek niet te zullen opgaan.
De vlucht naar Osaka verliep soepel, maar zoals ik al van Japan gewend was duurde het immigratieproces wat lang. De cameraploeg was inmiddels al geruime tijd op mij aan het wachten, aangezien ze ervanuit waren gegaan dat ik zo’n drie uur eerder zou arriveren op KIX. Nadat ik eindelijk mijn residence card had bemachtigd en mijn koffer had opgehaald, liep ik zo de wachtende, driekoppige cameraploeg tegemoet in de aankomsthal. “Hello, TV Tokyo, may we interview you?” werd me gevraagd. “Eh, ja natuurlijk, daarvoor komen jullie hier toch?” dacht ik. Er werd meteen in het Japans tegen me gepraat door de producer, en de tolk vertaalde in het Engels wat er gezegd werd. Er werden een hoop vragen op me afgevuurd, en het leek alsof ik mijn motivatie die ik moest indienen voor mijn visum voor de cameraploeg nogmaals goed moest bevestigen.
Het werd me al gauw duidelijk dat het interview als een toevallige gebeurtenis moest overkomen. Issei was ook ergens op het vliegveld, maar moest zich van de director voor mij ‘verstoppen’ om mijn aankomst in Japan en hereniging met hem natuurlijk over te laten komen op camera. Yoshiki, de director, vroeg mij uiteraard waarom ik naar Japan gekomen was, aangezien het programma waarvoor ze filmen heet ‘Why did you come to Japan?’ Natuurlijk wisten ze de reden al, maar ook dit moest voor het item als een verrassing lijken. Zonder dat ik erop geanticipeerd had, werd ik dus ook zowaar een acteur!

Door mijn versufte gemoed vanwege het slaapgebrek en de lange reis kwam ik echter niet altijd goed uit mijn woorden. De weinige Japanse woorden die ik had geleerd poogde ik te gebruiken om toch wat meer als een ervaren Japanbezoeker over te komen, hetgeen mij niet beter voor de dag deed komen. “What is it you like about tatami so much?” vroeg Yoshiki. “I like the use of natural materials, like the igusa (いぐさ).” “And what do you like about that?” was de vervolgvraag. “Well” zei ik, “totemo oishii desu” het is heel erg lekker. “???” was hun reactie. “Did you eat it?”
Na het interview op het vliegveld was de cameraploeg nog niet met ons klaar. Ze wilden dus graag mee naar het gasthuis in Izumi, wat ook al was afgesproken met Issei. Ik kreeg een microfoontje aan mijn shirt verbonden, zodat ze zoveel mogelijk content konden opnemen. Bij aankomst in Izumi ontmoetten we Hiromasa-san, de vader van Issei en mijn sensei voor het komende jaar. De cameraploeg filmde alles, en het voelde toch een beetje ongemakkelijk, omdat ik geen moment zonder filmploeg mijn terugkomst in Izumi kon ervaren. Maar het was natuurlijk ook wel grappig en bijzonder om zo’n professionele cameraploeg achter je aan te hebben in een (zo goed als) vreemd land. Alsof ik voor even een eigen reality-serie had.
Uiteraard wilden ze ook meteen wat beelden opnemen van in de tatamiwerkplaats, waar Hiromasa mijn eigen teate (てあ て) maakte, een beschermer voor de handpalm die ik nodig ga hebben tijdens mijn training. Nadat de teate gereed was, kon (moest) ik hem direct gebruiken voor het oefenen van een bepaalde handeling met een lange naald die door de tatamimat gestoken moest worden. Het was eigenlijk mijn eerste echte ervaring met naald en draad ooit, en het ging me niet makkelijk af.

Het werd al laat en ik had sinds mijn vertrek vanuit Nederland nog steeds niet geslapen. Kana (Issei’s vrouw) en andere Kana (Hiromasa’s vrouw en Issei’s moeder) hadden hotpot geprepareerd als avondeten. Zoveel honger had ik niet, maar een warme maaltijd met warm gezelschap was in de kou van maart zeer welkom. De filmploeg ging wederom mee. Terwijl wij aan de eettafel genoten van het lekkere eten, stonden ze continu naast ons om alles te filmen. Ze vroegen of ik me helemaal thuis voelde nu ik weer terug was in het bekende gasthuis waar ik in 2024 ook lang verbleef. “Jazeker! Ondanks dat er hier een driekoppige tv-ploeg mij de happen uit de mond aan het filmen is” antwoordde ik grappend.
Uiteindelijk was het pas tegen tien uur ’s avonds toen de cameraploeg aanstalten ging maken om naar hun hotel te gaan. Als laatste wilden ze echter nog wel op beeld hebben dat ik naar bed ging. Op het vliegveld had ik namelijk verteld dat ik het slapen op tatamimatten zo geweldig vond, omdat het net is alsof je op zacht, fijn gevlochten gedroogd gras ligt. En natuurlijk is mijn slaapplek in een kleine tatamikamer met futon, een opvouwbaar matrasje dat je direct op de tatamivloer legt. Om de dag af te sluiten, had de cameraploeg dus nog wat laatste beelden nodig, namelijk dat ik op mijn futon ging liggen en ging slapen op het gras onder mij waar ik zo lyrisch over was geweest. Gelukkig was deze scene in één keer geslaagd. Ik kon niet lang daarna daadwerkelijk mijn broodnodige rust pakken, na zo ongeveer 32 uur aaneengesloten wakker te zijn geweest. Zoals ze voor het slapen gaan in Japan dan zeggen: oyasumi おやすみ.
