Familie over de vloer (deel 2) – maart 2026

Het is inmiddels eind april en ik loop nog steeds een maand achter met de gebeurtenissen verslaan op deze blogsite. Graag wil ik delen over wat ik intussen al allemaal heb geleerd en meegemaakt op gebied van tatami, maar dat voelt niet goed als ik de dagen vlak voor het echte begin van mijn apprenticeship in Japan niet eerst heb beschreven (in vogelvlucht). Daarom nog een vervolg van de vakantiedagen in Japan in maart 2026.

De dagen in maart waren nog echt koud. Dat was al helemaal het geval in het oude bergdorpje genaamd Koya, 1 uur rijden vanaf het gasthuis in Izumi. Met twee auto’s en twee families (die van mij en van Issei) reden we ’s ochtends naar de berg toe. Ondanks dat je in Japan nagenoeg overal met het openbaar vervoer met gemak kunt komen, scheelt het in het geval van Koya maar liefst twee uur om met de auto te gaan. Twee jaar geleden ben ik al in Koya geweest en reed ik met bus, verschillende treinen en een kabelwagentje terug van het bergdorpje naar Izumi, hetgeen zeker drie uur kostte.

Nu dus worden we getrakteerd op vervoer en een rondleiding van Issei, Kana en Issei’s ouders – ook zij bezoeken Koyasan meerdere keren per jaar met veel plezier. De laatste twintig minuten rijden wordt de route steeds mooier, over een kronkelende bergweg met prachtige uitzichten tussendoor en over de bomen. Tot we na niet al te lang de toegangspoort van het dorp bereiken. Koya staat bekend als bakermat van het Shingon boeddhisme, waar het ontstond in het begin van de 9e na Chr., alsook om de vele boeddhistische tempels die er in de loop der eeuwen zijn gebouwd. Als je door het plaatsje heen rijdt, merk je dan ook meteen dat het geen gewoon bergdorp is, maar een plaats die gecreëerd is ter beoefening van het esoterisch boeddhisme en om in de stille natuur tot verlichting te komen.

Naast het vooraanstaande Koyasan, is er vlakbij Izumi nog een ander bedevaartsoort in de bergen, zij het een stuk bescheidener: Makiosan. Met een ritje van slechts 20 minuten, of een klein uur met de fiets, bereik je al het begin van de korte wandelroute naar de top waar een oude boeddistische tempel door vele (oudere) Japanse part-time pelgrims wordt bezocht. Ook hier was ik al een aantal keer eerder geweest, en ik blijf hier graag naartoe gaan. Deze keer met mijn moeder.

Op de weg naar boven zocht een Japanse vrouw al nadrukkelijk contact met ons, en begroette ons in het Engels. Het tempo zat er bij ons wat minder in dan bij haar, dus we lieten ze rustig passeren. Mijn moeder was overigens ook druk bezig om de onbekende vogelgeluiden op te nemen en te analyseren met een soort Shazam voor vogelgezang. Normaal ga ik zelf in een hoger tempo omhoog, maar het slenteren deed me eigenlijk nog meer genieten van de mystieke, groene en serene omgeving waarin we ons bevonden. Het gaf mij bovendien meer de tijd te experimenteren met mijn fotocamera en deze rustgevende omgeving vast te leggen.

Eenmaal boven liep ik direct richting het wc-gebouwtje, en daar vlakbij zat de jongedame met haar partner die we een halfuurtje eerder beneden al lieten passeren. Deze keer sprak ze me aan. We raakten even aan de praat, maar het was duidelijk dat ze me iets wilde meegeven. Dat was namelijk een papiertje met informatie over de film Rental Family, en het advies om daarheen te gaan. “It’s good for learning Japanese”, of iets in die trant heeft ze gezegd. Ze bleek de zus te zijn van de regisseur, Hikari.

De film zou gaan over een Amerikaanse acteur die naar Japan verhuist, maar moeilijk aan de bak komt. Hij komt vervolgens terecht bij een bedrijf waar hij als acteur in het dagelijks leven van mensen een rol als familielid kan vervullen. Een service die kennelijk in Japan echt bestaat. De film klinkt zeker als de moeite waard, en de recensies zijn best lovend. Tot op heden heb ik de film echter nog niet gekeken, en er zijn nog maar weinig mogelijkheden om hem in de bioscoop te zien. Ik heb volgende maand nog een kans in mei om de film in Kyoto te bezoeken, een plaats waar ik ook nog nooit ben geweest…

Waar ik in 2024 al wel een was geweest is Wakayama. Deze plaats is, zoals vele in Japan, zeer de moeite waard om nog eens te bezoeken. Het kersenbloesemseizoen was net aan het beginnen, en een plek nabij Wakayama die bekend staat om de vele kersenbloesems is Kimii Dera, een tempel dus (dera betekent tempel). Het was een prachtige, zonnige dag, maar het enige minpuntje was dat er nog lang geen sprake was van full bloom, oftewel mankai (満開). Toch was het enorm de moeite waard naar deze mooie tempel te gaan, vanwaar ook nog eens een mooi uitzicht is over de buitenwijken van Wakayama en de Wakayama Bay.

Op onze planning in Wakayama stond nog een oude Japanse tuin, maar er moest ook ergens geluncht worden. Issei had ons een tip meegegeven, en het toeval wil dat deze tip zich precies bevond in het midden van Kimii Dera en de Japanse tuin. De tip had de naam Wakaya, en was een teishoku-restaurant waar verse vis met bijgerechten op een presenteerblaadje geserveerd worden. Dit was zeker één van de lekkerste en meest memorabele lunches die ik me in Japan kan herinneren.

Met volle maag liepen we door een buitenwijk van Wakayama naar Yosui-en, een tuin uit begin 19e eeuw met een grote vijver, stenen bruggetjes en zeker honderden matsunoki (松の木). Eigenlijk waren er geen andere bomen te zien dan deze dennenbomen, en dat stemde mij als liefhebber van de matsunoki zeker vrolijk. Ondanks dat het een vrij grote tuin is, hadden we het rijk met ons tweeën volledig voor onszelf, en dat was genieten. Deze bijzondere tuin is verrassend genoeg nog vrij onontdekt, waardoor ik enerzijds te doen had met de meneer in het huisje die de toegangskaarten verkocht. Anderzijds klonk hij zeer relaxt en allervriendelijkst, wat ongetwijfeld een gevolg moet zijn van de gemoedelijke sfeer in deze tuin.

Een toeristisch bezoek aan Wakayama is natuurlijk niet compleet zonder in Wakayama Castle te zijn geweest. Het kasteel prijkt op een grote heuvel middenin de stad en steekt statig boven alle andere gebouwen in de directe omgeving uit. Het buitenaanzicht is eigenlijk ook het mooist, aangezien dit nog het meeste weg heeft van hoe de originele versie van het kasteel eruit zag. Van binnenin is door de betonnen vloeren en trappen duidelijk te merken dat het gaat om een herbouwen constructie. Het origineel was namelijk in de Tweede Wereldoorlog door Amerikaanse strijdkrachten platgebombardeerd.

De dag in Wakayama werd afgesloten met een bezoek aan een oude, en markante izakaya (居酒屋) genaamd Yoshino. Het was een deftig restaurantje met een lichtelijk vrouwelijk interieur dat naar het lijkt in de afgelopen 30-40 jaar niet veranderd was. Het was net alsof je een tijdcapsule binnenwandelde. De oude Japanse eigenaresse, die de izakaya samen met een jongedame in de bediening runde, was misschien het enige waaraan je kon zien dat de tijd hier wel degelijk verder tikte. Een groepje zakenmannen in pak hadden het er in ieder geval enorm naar hun zin. En dat op een maandag. Wij taaiden vroeg af en liepen richting Wakayama Station. Terug naar Izumi.

Uiteraard moest mijn familie ook goed kennismaken met de tatamimatten waarvoor ik naar Japan ben gekomen. Natuurlijk is het slapen erop een mooie ervaring, maar aangezien de kleine fabriek direct naast het gasthuis gevestigd is, is een rondleiding en workshop daar zeker op zijn plaats. Zoals al vele internationale gasten hier een tatamiworkshop hebben gevolgd, kon mijn visite hier ook een inkijkje krijgen hoe tatamimatten nou gemaakt worden, en hoe de productie in de loop der eeuwen veranderd is. Voor mij was het tegelijk een mooie opfriscursus, al werd er van mij ook nog enige uitleg verwacht, bijvoorbeeld over hoe er gemeten wordt met niet twee, maar drie maten: Tokyo size, Nagoya/Kyoto size en Osaka size. Hierover later meer…

De dagen met mijn familie vlogen voorbij, en zijn inmiddels mooie herinneringen geworden. Echter was ik hier niet voor vakantie, maar om een vak te leren. De tv-ploeg uit Tokio zou bovendien terugkeren als ik mijn familie heb uitgezwaaid en daadwerkelijk begin met de stage. Drie dagen zouden ze blijven, en die naderden zich snel. Ik had nog een paar dagen voor mezelf voordat mijn nieuwe routine zou starten en ik weer volop gefilmd zou worden, al is dat laatste gelukkig maar voor korte duur.

Leave a comment