De Gouden Week begon eind april, en Fujitatami liep snel weer vol met nieuwe gasten. Als één van de eersten was daar een Nederlandse reiziger uit Nijmegen, Ilya. Hij maakte zijn interesse voor de tatamiworkshop die het gasthuis aanbiedt al snel kenbaar. Omdat er nog geen andere gasten waren die de workshop konden bijwonen, kreeg hij een privéworkshop. Na al een aantal keer samen met Hiromasa de workshop verzorgd te hebben in het Engels, kon de workshop nu voor het eerst (ooit) in het Nederlands gedaan worden.

In deze workshop vertellen we kort over de historie van Fujise, het tatamibedrijf waar Hiromasa als derde generatie ambachtsman aan het roer staat, maar ook over de materialen die gebruikt worden voor de productie tatamimatten. Er wordt dan eigenlijk vooral onderscheid gemaakt in traditionele en moderne materialen. Zo worden traditionele tatamimatten gemaakt van uitsluitend natuurlijke materialen, zoals een rijststro basis, igusa en katoenen of hennep zijstoffen. Moderne matten maken meer gebruik van synthetische materialen zoals Styrofoam (polystyreen) en plastic. Maar igusa, dan wel Japanse of Chinese, blijft een belangrijk materiaal voor veel van de matten.
Het meten, één van de belangrijkste onderdelen van de tatamiproductie, komt natuurlijk ook aan bod. Ook al is dit vrij ingewikkeld en heb ik hierover nog geen praktijkervaring, is het wel mogelijk om hier wat basisprincipes over uit te leggen. Namelijk dat er niet gemeten wordt in centimeters of inches, maar in traditionele Japanse eenheden genaamd bu, sun en shaku. Dit is een systeem dat nog steeds gehanteerd wordt bij Japanse ambachten, zoals traditionele architectuur en dus ook tatami.
Verder is het belangrijk om te weten dat er in Japan nooit één uniforme tatamimaat is geweest, maar dat deze verschilt per regio. Dit heeft ermee te maken dat de kamers in verschillende regio’s verschillen in grootte. De drie belangrijkste maten zijn Tokyo (klein), Nagoya (middel) en Osaka (groot).
Na dit uitgelegd te hebben en hopelijk niet voor meer verwarring te hebben gezorgd, demonstreert Hiromasa twee van de drie machines waarmee hij dagelijks werkt om razendsnel tatamimatten te produceren. Dit zijn werkelijk ingenieuze machines die het werk van de tatamimaker een stuk makkelijker maakt. In het kort komt het erop neer dat de machines het harde en tijdrovende werk op zich nemen, namelijk het snijden en het naaien.
Het voelt dus soms wat oneerlijk dat ik nog altijd veel bezig ben met het handmatig naaien en snijden, terwijl tegenwoordig machines dit ‘gewoon’ kunnen doen. Maar uiteraard is het van belang om zelf eerst de basis onder de knie te hebben om alle principes van de tatamiproductie goed te begrijpen.
Na de demonstratie gaat de workshopdeelnemer zelf aan de slag om een minitatamimat te maken onder begeleiding van de meester. En ik, de student, help daar natuurlijk ook bij. Het resultaat na ongeveer een uurtje knutselen is een klein matje van ongeveer 10 bij 20 centimeter met een zelfgekozen zijstof en hoge kwaliteit Japanse igusa. Een mooi souvenirtje en zowel een visueel als aromatisch aandenken aan traditionele Japanse cultuur.




Tussen het oefenen en geven van een incidentele workshop, worden er ook tatamimatten afgeleverd aan privéklanten. Zo ook aan een klant die vlakbij woont in Izumi, en Hiromasa de opdracht had gegeven acht nieuwe tatamimatten te maken voor in een kamer in zijn huis. Omdat de man licht allergisch bleek voor igusa, had hij besloten om de oude tatamimatten (ongeveer 35 jaar oud, met rijststrobasis) te vervangen door tatamimatten met synthetische bovenlaag. Het was de eerste keer dat ik samen met Hiromasa naar een klant toeging om de nieuwe tatamimatten te plaatsen. Ik verwonderde me over hoe precies alle tatamimatten in elkaar pasten en dat er totaal geen speling tussen zit. Met het nodige stamp- en danswerk werden de tatamimatten door Hiromasa in positie gedrukt. De klant was zeer gelukkig met zijn nieuwe vloer.

Terwijl de tatamimatten werden vervangen kregen we bekijks van zijn buurman en zijn gezin. Het is namelijk voor de meeste mensen niet een alledaags gezicht om tatamimatten vervangen te zien worden. Zijn buurman, Kagawa-san, een vriendelijke jongeheer, was, ondanks (of juist doordat) hij zelf in huis geen tatamimatten heeft, zeer verwonderd. Hiromasa legde hem graag het één en ander uit over zijn werk, en ik kon af en toe een woordje (letterlijk) Japans meepraten. We besloten het gesprek met het uitwisselen van elkaars Instagram.
Intussen had Issei ook een bijzonder interessante mail ontvangen vanuit Parijs, van het populaire Japanse kledingbedrijf UNIQLO. Naar aanleiding van het aanstaande sumo-toernooi dat in Parijs gehouden wordt, zochten zij een samenwerking met beoefenaars van traditionele Japanse cultuur. Ze waren Issei kennelijk op het spoor gekomen vanwege de kunst die hij maakt op tatamimatten, en wilden graag zulke matten gebruiken voor een installatie bij een expositie. Wordt vervolgd…
Wat er verder in de Gouden Week gebeurde? Ik bezocht de bakermat van de Japanse fietsenproductie: Sakai City, om precies te zijn het Shimano Bicycle Museum. Uiteraard ging ik hier op de fiets naartoe, en het gloednieuwe museum stelde niet teleur.


Ook organiseerden we een groot sushifeest als afscheid voor Cagla, de Turkse vrijwilligster die na 5 weken vertrekt. Met een vol gasthuis plus extra gasten en de ouders van Issei was het zeker een groots feest. Het was tevens de laatste avond van Ilya, die die avond eigenlijk al vertrokken had moeten zijn, maar omdat hij zich vergist had in de vliegdatum, kon hij het sushifestijn tot zijn geluk nog bijwonen.

Op 7 mei bezocht ik met Issei en Hiromasa een mooie, kleinschalige, doch groot opgezette tatamifabriek in Wakayama City: Yamatetsu. Deze wordt gerund door Shota-san, een leeftijdsgenoot van mij die het vak van zijn vader heeft geleerd. Zij lieten ons aldaar onder andere hun opslagplaats voor de igusa zien. Zij hadden recentelijk zeer hoogwaardige Japanse igusa ingekocht in Kumamoto, en de kwaliteit ervan was opvallend goed zichtbaar (en ruikbaar). Het is dan ook enorm prijzige igusa waar niet iedereen budget voor heeft.


Het doel van ons bezoek was om contact te leggen met collega’s binnen de tatamiwereld en de nieuwe generatie van tatamivakmannen. Uiteraard werden de visitekaartjes op karakteristiek Japanse, respectvolle wijze uitgewisseld. Met een jonge vakman als Shota-san aan het roer van een decennia-oude onderneming, is het mooi om te zien dat de tatamicultuur nog altijd wordt overgebracht op de volgende generaties.

Terwijl ik in de werkplaats in Izumi nog steeds bezig was met het onder de knie krijgen van de basisvaardigheden, kon ik mijn eerste (kleine) verwonding door toedoen van de naald op mijn naam schrijven. Door een kort moment van gebrekkige focus schoof de achterkant van de naald weg van mijn teate (handbeschermer) terwijl ik de beweging maakte om de naald door de mat te duwen. Zo duwde ik dus ook de achterkant van de naald direct in mijn handpalm met een kleine verwonding als gevolg. Ik hoop dat mijn sensei mij vergeeft…

Met Kagawa-san heb ik in de tussentijd contact onderhouden via Instagram, en hem uitgenodigd een kijkje te komen nemen bij Fujise en mijn bezigheden als tatami-student. Hij kwam op zaterdag 9 mei langs met zijn familie en bracht heerlijke mochi mee als geschenk. Dankjewel! Tevens bracht hij zijn professioneel ogende camera met zich mee (hij bleek net als ik fervent hobbyfotograaf te zijn). Hij heeft hele goede foto’s gemaakt van hoe het er op een normale dag voor mij in de werkplaats aan toe gaat, waarvan ik er een aantal reeds op de homepagina geplaatst heb. Het was wederom een leuke ontmoeting met hem en zijn familie.

De week sloot ik af met een marteltocht naar Mount Iwawaki in het zuiden van de prefectuur Osaka. Een reiziger die in het gasthuis verbleef uit de V.S., Parham, had dit al eerder gedaan en tevens een Italiaanse langverblijver (Vincenzo) aangespoord de tocht te ondernemen. Met mijn optimistische instelling dacht ik dat ik dat ook wel even zou doen: een dagje op de fiets en hiken naar een bergtop zou wel lekker zijn voor de rust. Het bleek uiteindelijk één van de zwaarste ondernemingen te zijn die ik me kan herinneren.

Fietsen naar het begin van de hiking trail zou volgens Google Maps al bijna twee uur kosten, maar dit werd een stuk langer omdat de laatste 3-5 kilometer steile bergwegen waren. Met een te zwaar bepakte fiets met slechts zeven versnellingen was ik gedwongen dit stuk te lopen, met de fiets aan mijn hand. Eenmaal aangekomen bij de wandelroute was ik eigenlijk al kapot. Maar met in gedachten dat Parham en Vincenzo dit ook hadden gedaan, en ik van het stel niet de minst fitte was, was ik vastberaden de top van Mount Iwawaki te bereiken. Dit was nog eens een uur klimmen op slecht onderhouden paden met veel oneven treden en grote stenen.
Het gevoel om de top dan bij het laatste stuk eindelijk in zicht te hebben was grandioos. En eenmaal op de top was het uitzicht absoluut de moeite waard. Ik was zeker niet de enige die dag die de top had bereikt, maar waarschijnlijk wel de enige die per fiets naar de berg toe gekomen was. Ik genoot enorm op de top met een wijds uitzicht op Osaka en de zuidelijker gelegen stadjes, waaronder Izumi. In de verte was ook Kobe zichtbaar. Helaas had ik geen snacks, op één banaan na, meegenomen om mijn gezwoeg naar de top te belonen. Terwijl ik met hongerige ogen keek naar alle andere hikers die wel aan het genieten waren van (warmgemaakte) snacks, troostte ik me met de gedachte dat het uitzicht en het behalen van de bestemming genoeg beloning zijn voor nu.


Die dag sloot ik af met een welverdiend bezoek aan de dichtstbijzijnde onsen en daarna aan een Indiaas-Nepalees restaurant voor een bord curry met naan, mijn obsessie van de afgelopen weken. Onderwijl ik genoot van de curry, naan en een Kingfisher-biertje, stond op de tv in het restaurant een uitzending aan van een Westerling die meerdere dagen door de Himalaya’s aan het hiken was. Mijn eigen beproeving van die dag werd zo mooi in perspectief geplaatst.











Leave a comment