Een tijdje geleden kreeg Issei een verrassend bericht vanuit Parijs van het populaire Japanse kledingmerk UNIQLO. In de aanloop van het internationale sumo-toernooi dat gehouden wordt in Parijs op 13 en 14 juni 2026 zochten zij naar een samenwerking met een Japanse kunstenaar. Op een of andere manier kwamen ze uit bij het werk waar Issei zich al bijna 10 jaar mee bezighoudt: (oude) tatamimatten gebruiken als canvas en voorzien van kunstige, typisch Japanse afbeeldingen in eigen stijl. Waarschijnlijk zijn ze bij hem gekomen via zijn Instagram, die zeker het bekijken waard is.
De opdracht die UNIQLO voor Issei had, is om een tatami-installatie te maken die eer doet aan zowel het traditionele Japanse vakmanschap in de vorm van tatamimatten en het historische en nog altijd populaire sumoworstelen. Het is een unieke kans om de passie van Issei, en het vakmanschap van zijn vader, aan een groot internationaal publiek te kunnen tonen. Maar zoals wel vaker in de kleding- en kunstindustrie het geval is, is de deadline voor het opbrengen van de installatie meteen al zeer dichtbij.
Vele belletjes met UNIQLO Paris en diens Japanse vertegenwoordigers zijn nodig om tot overeenstemming te komen hoe de installatie eruit gaat zien. De basis wordt al snel goedgekeurd: twee rijen met tatamimatten met in het linker gedeelte een ronde tatamimat, die de kenmerkende ring van de eeuwenoude sport, de dohyō (土俵), voorstelt. Wat er op de tatamimatten aan kunst door Issei aangebracht mag worden is echter een punt van lange discussie.
Er zijn vele ontwerpen door Issei gemaakt, die hij mij allemaal heeft laten zien. Elke keer was ik onder de indruk van zijn manier waarop hij sumo in zijn eigen karakteristieke, doch typisch Japanse stijl uitbeeldde. Helaas was de opdrachtgever onverbiddelijk en moest de afbeelding op de matten met name een stuk meer ‘basic’ zijn, oftewel soberder en realistischer. Na meerdere keren nieuwe ontwerpsuggesties voorgelegd te hebben, is er uiteindelijk toch tot een overeenstemming gekomen.
In de tussentijd was Hiromasa druk bezig met het produceren van de tatamimatten zelf, oftewel het canvas voor Issei. Hiervoor moest eerst in Gojo, Nara, bij een speciale producent van Styrofoam op maat gemaakte tatamibasissen worden opgehaald. Met name de dikte van deze basis was van belang, omdat er voor een speciale soort heri (zijstof) gekozen was, maar ook om de matten zo licht mogelijk te kunnen maken. Het was namelijk de bedoeling dat Issei zelf deze matten in Parijs komt afleveren en de installatie maakt voor aanvang van de expositie die op 20 mei zou beginnen.
Met de nodige tijdsdruk gingen vader en zoon aan de slag om een aantal zeer speciale tatamimatten te maken. Het was de eerste keer voor Hiromasa dat hij een ronde tatamimat maakte van deze grootte. Het bleek een karwei waar hij een hele dag voor nodig zou hebben. Door de onconventionele vorm moest namelijk als met de hand gemaakt worden – machines kwamen er niet bij van pas. Ondanks dat dit al relatief moeilijk was, waren de vier omsluitende tatamimatten nóg moeilijker om te maken. Deze vier matten moesten namelijk aan de binnenkant een kwart van een cirkel uitgesneden hebben, om de ronde tatamimat hierin precies in te sluiten.


Terwijl Hiromasa zich in deze dagen bezighield met het tijdrovende project, had ik wat meer vrije tijd. Ik schreef weer eens een blog en was vanachter mijn laptop aan het werk voor mijn werkgever in Nederland. Het was deze dagen enorm zonnig en warm, wat op een avond heeft gezorgd voor een zeer onverwachte, plotselinge onweersbui. Ik heb het hier in Izumi nog nooit zo hard zien regenen, en dat resulteerde in bijzondere kiekjes met mijn camera. Daarnaast bezocht ik later nog eens de grote bloementuin (Izumi Recycle Environment Park), waar, onder andere, de lavendel al goed in de bloei stond. Elke keer als ik daar rondloop, neem ik mij voor om er vaker heen te gaan, maar om de één of andere reden lukt me dat niet…


Terug in de tatamifabriek van Fujise was het UNIQLO-project nog altijd in volle gang. Met de ervaring en het vakmanschap van Hiromasa zijn de speciale tatamimatten uiteindelijk zeer mooi geworden. Daarnaast had hij in de opslag een bijzondere rol zijstof (heri) gevonden, met gouden draden en een motief van matsunoki/松の木 (dennenboom). Deze zeldzame zijstof werd “niet alleen als decoratief element toegevoegd, maar ook als uiting van vakmanschap, materiaal en ruimte”. Bron: https://www.instagram.com/p/DY_8oVjmCl2/?img_index=1
Pas nadat deze speciaal gevormde tatamimatten klaar waren, kon Issei het overeengekomen ontwerp op de igusa aanbrengen. Hiervoor gebruikte hij een houtbrander, of pyrografiepen, waarmee een afbeelding in het natuurlijke oppervlak wordt gebrand. Issei noemt deze techniek zelf ‘Yaki Tatami’ (焼畳), oftewel ‘geroosterde tatami’. De igusa die werd gebruikt was overigens afkomstig uit Kumamoto, gelegen op het zuidelijke eiland Kyushu. Uit deze regio komt doorgaans de hoogste kwaliteit igusa die er in Japan te vinden is. Hiromasa had tijdens ons bezoek aan de tatamifabriek in Wakayama (Yamatetsu) namelijk een aantal rollen overgekocht.



Precies op tijd is het geheel door beide heren afgerond, zodat Issei op maandag 18 mei met tatami-installatie ingevlogen kan worden naar Parijs. Het was mooi om te aanschouwen dat de klus net op tijd geklaard is door vader en zoon, en dat ze zelf ook zeer tevreden zijn met het resultaat. Ik had Issei graag willen uitzwaaien voor hij naar Parijs afreisde, maar dat kon helaas niet. Er stond voor mij namelijk een tripje naar Kioto op de planning, met als hoofddoel: het zien van de film Rental Family, de film die mij door de zus van de regisseur werd aangeraden in Makiosan.



Ik vertrok zondag 17 mei met mijn fiets richting de voormalige hoofdstad van Japan. Het was de eerste keer dat ik Kioto zou bezoeken, en ondanks (of misschien juist door) de grote populariteit van de stad stond dit niet hoog op mijn verlanglijstje. Toch moest het er een keer van komen, dus besloot ik er een mooi fietstochtje van te maken. De afstand van Izumi tot het centrum van Kioto is ongeveer 70 kilometer, waarvan het grootste gedeelte van de fietsroute mij langs de Yodogawa (Yodorivier) leidt.
Het minst leuke aan de fietstocht is direct het begin. Omdat Izumi ver in het zuiden van de prefectuur Osaka ligt, moet ik eerst zo’n 30 kilometer door steeds drukker wordende stedelijke gebieden fietsen. Ontelbaar veel kruispunten met stoplichten zorgen ervoor dat je geen vaart kunt houden, en geregeld voor een rood licht staat te wachten. Zelfs op een zondagochtend is het een uitputtingsslag, maar weliswaar gemoedelijker dan het op een doordeweekse ochtend was geweest.

Mijn eerste tussenstop bevond zich recht in het midden van de miljoenenstad Osaka, bij een speciaal donut-event. Hier verkocht Kana (samen met Issei) haar gewaardeerde glutenvrije donuts, en omdat dit evenement in Umeda op mijn route lag, was het een no-brainer om hier na bijna 3 uur fietsen te stoppen voor een versnapering bij Awase, het merk van Kana. Voor dit tweedaagse evenement was Kana druk bezig geweest met het maken van meer dan 200 donuts. En gelukkig was dit niet voor niets. Het evenement was zeer goed bezocht, en de donuts waren binnen enkele uren, op beide dagen, compleet uitverkocht.

Met het drukste gedeelte van mijn fietstocht achter de rug, vervolgde ik mijn weg richting de Yodogawa. Vanaf daar kon ik pas echt genieten van het fietsen, ondanks dat het intussen al behoorlijk heet was geworden (30 graden). Langs de rivier gaat er een speciaal aangelegde fietsroute naar Kioto waar geen auto’s komen. Wel zijn er tal val honkbal- en sportveldjes die in het weekend druk bezet zijn met zowel jeugdige als oudere sporters, vissers en recreanten. Het is allemaal groots opgezet, maar zonder de aanwezigheid van konbini’s (7-Eleven, Lawson, FamilyMart, etc.) die zorgen voor de vanzelfsprekende gemakken in de stedelijke gebieden van Japan. Het is eerlijk gezegd een heuse verademing zonder deze gemakken (verleidingen) continu om je heen te hebben. Een waar toevluchtsoord voor door de drukte getergde bewoners van een immense metropool die Osaka is.


Na een lange fietstocht in de brandende zon kwam ik eind van de middag aan bij mijn verblijfplaats in Kioto: Gojo Guesthouse. Een oud gebouw dat ik specifiek had uitgekozen om de kamers met tatamimatten. Toen ik binnenstapte in mijn kamer was er, ondanks de authenticiteit, eigenlijk toch wel sprake van vergane glorie, omdat de tatamimatten ronduit versleten en doorleefd waren. Het bleken dan ook de laatste drie dagen van het bestaan van het gasthuis te zijn; een dag na mijn vertrek zouden ze er na ruim 20 jaar voorgoed mee ophouden.


Ik besloot in de avond om er nog even op uit te trekken en één van de toeristische attractie te bekijken, vlakbij mijn hostel: de Yasaka Pagoda. Op de foto’s zag dit er fantastisch uit, maar natuurlijk was ik niet de enige die dat gezien had. Toen ik daar aankwam rond zonsondergang, was het er een drukte van jewelste met toeristen die een foto willen maken van deze hotspot. Hoe sommige mensen erbij poseerden en de vele mensen die van hetzelfde uitzicht een foto maakten was memorabel.

Ik kon mijn lach niet inhouden. Bij het tegemoet lopen van deze fotograferende mensenmassa lijkt het voor even alsof jijzelf het punt van aandacht bent, ook al is het maar voor een luttele seconde. Maar ik geef toe, het was inderdaad een prachtige avond met een prachtig uitzicht die het fotograferen waard is, al voelt de magie van zo’n plek ver weg, onder invloed van de moderne toerist en honderden foto’s per minuut die worden gemaakt.

De volgende ochtend vond ik een Japans curryrestaurant dat al om half acht open is voor ontbijt. De afgelopen weken heb ik een obsessie opgebouwd voor curry’s, zowel Japans als Indiaas, en Kioto blijkt voor deze obsessie een prima locatie te zijn. Ontbijten met curry had ik nog nooit gedaan, maar de curry die bij Spice Gate om half acht ’s ochtends geserveerd werd, was geen gewone curry. Het had meer weg van een Engels ontbijt in geheel Japanse stijl met veel kruiden, ingrediënten en smaken. Zo kan ik met gemak elke dag wel ontbijten.

Tegen het einde van de ochtend fietste ik via de Kamogawa naar het noorden van de stad waar het kleine filmhuis Demachiza zich bevindt. Dit gedeelte van de stad is relatief verrassend rustig en een fijne plek om de heftige toeristische activiteiten te ontvluchten. Echter was ik hier niet om deze reden, maar om de Japans-Amerikaanse film Rental Family te kijken, in één van de laatste bioscopen in Japan waar hij nog op het programma staat.
In de film wordt er voor het grootste gedeelte in het Engels gesproken, dus het is voor een buitenlander als ik die geen Japans spreekt prima te volgen. Een aanzienlijk deel is echter ook in het Japans, waarbij het voor mij wat moeilijker is om alles daarvan mee te krijgen (er is geen Engelse ondertiteling). Desalniettemin ben ik heel blij dat ik de moeite heb genomen om de film toch nog in de bioscoop te zien. Het is zeker één van de beste films die ik in tijden heb gezien, met name omdat de sfeer die er wordt neergezet zo bekend is en Japan op een hele realistische wijze wordt laten zien. Veel dank dus aan de regisseur en diens zus die mij deze side quest heeft aangeraden weken geleden op de top van Makiosan.
Voor mijn vertrek naar Kioto had ik natuurlijk op de map gekeken en interessante plekken gemarkeerd. Natuurlijk was dit veel te veel voor slechts één dag in Kioto, dus heb ik het gehouden bij een bezoek aan het Chion-in, een belangrijke boeddhistische tempel met een grote tuin. De andere interessant plekken kan ik vast nog wel in de toekomst een keer bezoeken… Destijds wist ik het nog niet, maar ik zou in de komende drie weken nog drie keer terugkomen naar Kioto, waarover later meer.

In de avond, tijdens de laatste zonmomenten, heb ik nogmaals genoten van het fietsen langs de oever van de Kamogawa. Een populaire, maar zeer gemoedelijke strook van groen en stromend water dat een enorm nostalgisch effect bij mij teweeg bracht. Ondanks alle prachtige, historische gebouwen die ik in Kioto gezien heb, is deze rivier tot nu toe zeker mijn favoriete plek van de stad.
Na een tweede nacht in het Gojo Guesthouse stapte ik weer vroeg op de fiets om 70 kilometer terug naar ‘huis’ te fietsen. Onderweg deed ik het plaatsje Oyamazaki aan, voor een bliksembezoek aan de Myōki-an Tempel. Een significante plek vanwege het feit dat daarbinnen zich een historische, zeer kleine theekamer bevindt. Deze zeer kleine theekamer (met een oppervlak van twee tatamimatten) zou gebouwd zijn door Japans bekendste theemeester Sen no Rikyū in de 16e eeuw. Helaas was het alleen mogelijk deze historische plek van de buitenkant te bekijken en moest ik het doen met een kopje zwarte koffie in het nabijgelegen stationscafé.

Nog steeds was het enorm warm en zonnig, dus met de nodige tussenstops was ik in totaal weer zo’n 8 uur bezig om terug te komen in Izumi. Mijn nek en armen hebben het goed te verduren gekregen. De laatste 20 kilometer gingen tergend langzaam in het drukke verkeer van Osaka en Sakai, onderwijl ik de ‘grote helling’ (大阪) naar Izumi aan het opfietsen was. Nee, ik denk niet dat ik zo gek ben om nog een keer naar Kioto te fietsen…






































Leave a comment