De Japanse zomer – juli 2026

De meeste dagen in juli hadden een repetitief karakter en volgden elkaar in langzaam tempo op. Mijn ochtendwandelingen sloeg ik over, het was simpelweg te warm om dat voor de lol te doen. Temeer omdat het leidingwater dusdanig opgewarmd was, dat een eventuele koude douche na de inspanning niet eens meer koud was. Dagelijks uitgerust met een kleine handdoek in de nek ging ik doordeweeks naar de tatamiwerkplaats, of met Hiromasa mee om tatamimatten af te leveren. Ik zorgde ervoor dat elke dag de koelkast werd aangevuld met mugicha, waar elke week de nodige liters van doorheen gingen.

Er was tijdens deze warme maand nog een andere langverblijver in het gasthuis naast Berta. Een Japanse jongedame die kwam voor de zogenaamde ‘artist residency’ in Fujitatami – een mogelijkheid voor beeldende kunstenaars tatami als materiaal of inspiratiebron te gebruiken in hun kunstproject, of gewoon als canvas, zoals Issei ook doet. De naam van de nieuwe kunstenaar is Miyachi-san, en zij kwam gedurende de maand juli voor een origineel tatami-kunstproject, waar ik in eerste instantie maar weinig van begreep.

Miyachi-san was als een bedreven kunstenaar bezig met het maken van haar eigen inkt en gebruikte uitsluitend natuurlijke materialen, zoals houtskool. Ook zag ik haar veel met een pyrografiepen strepen branden in een groot langwerpig wit doek dat van het plafond hing. Ze ging enorm secuur te werk en ik kon maar niks van enige betekenis of vorm bespeuren in haar onvoltooide werk. Pas toen ze Kana, Berta en mij vroeg om haar te assisteren begon er ergens wat te dagen.

“Het verbranden van de sporen van het menselijk lichaam die met deze materialen zijn vastgelegd, is een handeling die dient om via het lichaam en de actie de moderne cyclus van ‘spullen’ onder ogen te zien: van de natuur naar de mens, vervolgens van mens tot mens, om uiteindelijk te worden verbrand.”
Miyachi-san

Wij mochten op verschillende tijden één voor één op een tatamimat gaan liggen. Tussen ons lichaam en de tatami lag een wit langwerpig doek en een dikke laag vers gemaakte inkt die Miyachi had aangebracht op de tatamimat. Wij waren in wezen dus een soort levende stempel waarmee onze silhouet (of schaduw) werd afgedrukt op het doek. De silhouetten waren opgemaakt uit liggende strepen als resultaat van de kenmerkende geweven igusa toplaag die wij met ons lichaamsgewicht op het papier hadden afgedrukt.

Deze strepen werden naderhand met zeer veel precisie aangebrand met de pyrografiepen. Achter het branden zat een bepaalde gedachte. Ik snapte eindelijk waar de kunstenaar de afgelopen weken mee bezig was geweest, en het eindresultaat was een viertal grote doeken met de vergankelijke schimmen van gebruikers van tatami. Op haar Instagrampagina is het project ook te zien.

“Oorspronkelijk werden tatamimatten volledig gemaakt van natuurlijke materialen. Wanneer ze oud werden, werden ze gebruikt als meststof op de akkers en keerden ze terug naar de natuur. Door technologische vooruitgang werden ze echter gemaakt van materialen zoals plastic, met als doel ze licht en duurzaam te maken. Hoewel dit het leven gemakkelijker heeft gemaakt, lijkt de band tussen mens en natuur daardoor te zijn verminderd.”
Miyachi-san

Zoals eerder verteld hadden wij nog een hoop stengels makomo, gekregen van de Miki-san boeren na het rijstplanten. In de tussentijd was er een andere kennis van Issei en Kana langsgekomen in Fujitatami die een eigen biologisch winkeltje heeft in Izumisano. We vertelden Zen-san over de makomo, en dat we er thee van hebben gemaakt. Toen vertelde hij dat makomo ook bepaalde schimmels van nature in zich heeft, waaronder de schimmel waarmee natto, gefermenteerde sojabonen, gemaakt kan worden. Ik was één en al oor.

De winkel van Zen-san

Het maken van natto was kennelijk nog makkelijk ook. Gewoon even de makomo voor twintig minuten in kokend water doen om de andere schimmelsoorten te doden, aangezien de nattoschimmel als enige de zeer hoge temperatuur kan overleven. (Zen-san zei dat die schimmel misschien wel een buitenaardse oorsprong heeft, en ik moest meteen aan etnobotanicus Terence McKenna denken.) Vervolgens de geweekte sojabonen in de stengels leggen in een ventilerend bakje en ervoor zorgen dat de temperatuur constant tussen de 32 en 38 graden is. In de Japanse zomer is dat natuurlijk geen probleem. Drie dagen later al, had het kenmerkende slijmerige goedje zich gevormd over de bonen en was het officieel natto geworden, tot ieders vreugd of afschuw, aangezien niet iedereen fan is van dit eetbatere goedje.

Om tijdens een vrije dag toch nog enige verkoeling op te zoeken, gingen Berta en ik met de trein naar Koyasan. Een reis van ongeveer 3 uur, maar eenmaal boven in het bergdorp aangekomen was het de reis direct waard. Het was er niet zozeer koel, maar het was vooral even niet meer zo gruwelijk warm. De talrijke eeuwenoude bomen in combinatie met de hoogte maakten de zon zelfs weer een beetje aangenaam in het mystieke bergdorp.

Op het beroemde tempelterrein waren wij precies op het juiste moment getuigen geworden van een groep kaalgeschoren jongemannen die hard en gedecideerd mantra’s aan het scanderen waren terwijl ze zaten in een soort tussenreservoir van een beekje. Monniken in opleiding. Al snel verzamelde zich een kleine menigte om het gebeuren heen, waarbij er door personeel streng werd gelet op dat buitenstaanders geen foto’s of video’s maakten van het tafereel.

In de tatamiwerkplaats mocht ik onverwachts mijn steentje bijdragen aan handnaaiwerk voor een tatamimat die daadwerkelijk voor een klant zou zijn. De betreffende tatamimat had namelijk een uitgesneden hoek, vanwege een pilaar in de ruimte waar de tatami komt te liggen. Omdat de grote naaimachine dit gedeelte niet kan naaien, moet het met de hand gedaan worden. Ik kon dus mijn geleerde vaardigheden nu voor het eerst daadwerkelijk in de praktijk brengen, uiteraard onder toeziend oog van de meester.

Een dag later, op 28 juli, gebeurt er in het zuiden van Japan waar de bevolking eigenlijk dagelijks voor vreest. In Kumamoto, op Kyushu, vond een relatief zware aardbeving plaats die gezorgd heeft voor zeer veel schade, vele gewonden en zelfs tientallen doden. Een grote tragedie die heel Japan aangegrepen heeft.

Ook voor de nationale tatami-industrie is het een rampzalige gebeurtenis, aangezien de Japanse igusa-producenten, waarvan veruit het grootste deel zich in Kumamoto bevindt (aandeel van ongeveer 95% van de nationale igusaproductie), hun productiebezigheden moeten stopzetten. Hierdoor worden de kosten van de tatamiproductie ook verder opgedreven, terwijl de prijs van een tatamimat niet meestijgt met de productiekosten. Daarnaast wordt de industrie nu nog meer afhankelijk gemaakt van Chinese igusa.

Voorheen was de igusaproductie een stuk beter verdeeld over de Japanse gebieden, maar inmiddels zijn vele boeren gestopt met het telen van igusa voor de tatamiproductie. Hierdoor is Kumamoto, op Hiroshima en Okayama na, de enige prefectuur waar nog op noemenswaardige schaal wordt geproduceerd. En als dat gebied dus door een ramp wordt getroffen, wordt de fragiliteit van de igusa- en tatamicultuur pijnlijk duidelijk. De vraag is of het tij gekeerd kan worden door de productie beter te verdelen over meerdere Japanse prefecturen. En daarbij komt ook de vraag of Kumamoto bereid is om haar monopoly-positie op te geven ten behoeve van de Japanse tatamicultuur.

Responses

  1. passionate59339f7457 Avatar

    👍

    >

    Like

  2. fanperfectly2d476c2911 Avatar

    Leuk en ook erg interessant weer…..het natoverhaal zal jou wel erg aanspreken. Heb je die nato daar ook nog kunnen proeven?Het werk van Miyachi (heb ook haar insta bekeken) spreekt mij erg aan, haar kleurgebreuk en composities vind ik erg mooi…behalve als kunst aan de muur zou het ook niet misstaan als behang en vloerkleden…ook mooi kleurgebruik 😙Maar wat een verschil

    Like

Leave a Reply