De zomer is nog altijd in volle gang, of misschien eigenlijk pas net echt begonnen. Experts (Hiromasa en Issei) zeggen dat de hoge temperaturen nog zeker aanhouden tot ver in september. De Osakaanse zon is op zijn minst de komende weken dus nog meedogenloos heet. めっちゃ 暑い meccha atsui!
Op 29 juli ondernamen we een lange autoreis van Izumi naar Fukushima, ten noorden van Tokio, om een markant meerdaags festival bij te wonen. Onderweg stopten we in de wijk Ikebukuro in Tokio, waar we afspraken met Berta die inmiddels alweer vertrokken was uit Izumi en bijna terug zou gaan naar Catalonië. Wij waren zelf vanuit de nacht vertrokken en daarom kwam het goed uit om in de ochtend voor een drankje af te spreken. Hierna stond ons nog een paar uur autorijden te wachten.
Het festival/kampeerterrein ligt zeer afgelegen in de natuur, en is niet voorzien van de meeste gemakken die Japan op veel plekken wel heeft: supermarkten, konbini’s, douches en wc’s met bidetfunctie. Zelfs zou er op die locatie geen telefoonbereik zijn. We deden daarom nog de nodige boodschappen in de laatste stad voor aankomst, en bezochten een onsen om ons voor een laatste keer de komende dagen echt fris te voelen.
Hierdoor kwamen we pas aan op het afgelegen terrein nadat de avondschemer al had plaatsgemaakt voor de donkerte. Enkel autokoplampen creëerden wat zichtbaarheid en tussen de bewolking door scheen het licht van de volle maan, waaraan het festival zijn naam dankt: mangetsusai, oftewel het ‘Vollemaan Feest’. Er was inderdaad geen telefonisch bereik of internet, geen Lawsons of 7Elevens, maar de temperatuur was aangenaam koel en er stroomde een prachtige, schone rivier langs het afgelegen terrein. Bovendien was er op het festival geen tekort aan hippies en andere alternatievelingen. En velen ook met een (meestal) subtiele, doch gedreven handelsgeest.


Op het terrein mochten alle bezoekers dus zelf spullen, eten en drinken verkopen, als een soort vrijmarkt. Ook wij hadden waar meegenomen om te verkopen, in de vorm van koffie, thee, pannekoeken en tatami. Uiteraard waren wij ook klant bij sommige handelende bezoekers, want er moest gegeten en gedronken worden. Daarnaast heb ik me nog laten afzetten door een goedlachse djembé-speler die mij voor 500 yen een enkele sticker verkocht. De sticker pronkt nu op de zadelstang van mijn fiets, zodat ik nog regelmatig herinnerd wordt aan mijn gebrek aan assertiviteit destijds. “Iranai” (“ik heb het niet nodig”), moet ik wat vaker zeggen (en denken), zoals Issei en Kana dat wel zeiden tegen hem.



Er waren geweldige optredens van muzikanten, veel mensen met lang haar en er heerste echt een vrije sfeer van ‘alles kan en mag’. Totaal anders dan ik Japan tot dan toe ervaren had. Het deed me een beetje denken aan hoe Woodstock in 1969 gevoeld zou kunnen hebben, maar dan in het klein. Tevens ontmoetten we interessante lui waar we, zoals later zou kunnen blijken, duurzaam contact mee hebben gelegd. Hier hebben Issei en Kana sowieso een gave voor, om met ogenschijnlijk willekeurige mensen een nieuwe, mooie connectie aan te kunnen gaan die later enorm betekenisvol zou blijken. Ik zou aan de drie dagen die we op het festivalterrein doorbrachten een volledige blog kunnen wijden, maar voor nu moet dit volstaan.


Op de thuisbasis in Izumi was gedurende de festivaldagen een Japanse dame, Asami, de honneurs aan het waarnemen. Afkomstig uit Ise, prefectuur Mie, maar deze maand verhuist ze naar Hokkaido om te werken en aan wintersport te doen. We bezochten op 3 augustus met zijn vieren nog eens Koyasan, inmiddels al mijn derde keer dit jaar. En het blijft een plezier om hier naartoe te gaan. Energie stroomt hier wat meer door de aanwezigheid van al die oude bomen, zeker in de zomer. Terug in Izumi voel je je dan zeker opgeladen na een bezoek aan Koya, maar de zomerse hitte in de stedelijke gebieden is elke keer weer een klap in het gezicht.

Werken in de tatamiwerkplaats is dan misschien nog het best te verdragen, aangezien daar de airco gewoon aanstaat. En het scheelt ook dat het naastgelegen warenhuis (Lokodo / Tonari no Souko) voor een groot gedeelte van de maand wordt gehuurd door een aspirant-café-eigenaar. Zijn naam is Taka-san, maar omdat ik dit vaak vergeet noem ik hem meestal gewoon Globe-san, naar de naam van zijn café. Ook hier is het effect van de airco lichtjes te voelen, maar met name de speciale koffie, matcha en hojicha die Globe-san maakt zijn de bezoeken altijd waard. Als theefanaat ben ik natuurlijk benieuwd waar de thee vandaan komt, en dat was dus kennelijk niet uit het beroemde Uji, maar uit nabijgelegen prefectuur Nara. Tsukigase om precies te zijn. Een plek die ik moet onthouden voor een eventuele volgende excursie…
Terug in het heden voelt het alsof de tijd stil staat, met de temperaturen die constant, dag en nacht, hoog zijn. Er is, afgezien van licht en donker, weinig verandering te merken in de dagen. Elke dag voelt hetzelfde. Je lichaam zweet constant en er is geen of weinig energie om dingen te ondernemen. Er wordt veel stil gezeten, koude thee gedronken die binnen een mum van tijd lauw is en uitgekeken naar de herfst die nog zo ver weg lijkt te zijn. Ik heb de Japanse zomer in Osaka bijzonder onderschat.
Maar toch gaat de tijd ongemerkt beetje bij beetje vooruit, en was de dag aangebroken dat mijn goede vrind Jordi mij vanuit Nederland kwam opzoeken in Japan! Hij heeft twee weken vrij van werk, en we hebben een 10-daagse roadtrip door Hokkaido op de planning staan. Ik wilde daar met name heen om de brute zomer te ontvluchten, en Jordi vond alles wel best voor zijn eerste keer in Japan.
Met een huurauto crosten we vanaf 9 augustus 10 dagen door Japans meest noordelijke eiland. We bezochten wilde onsens, actieve vulkanen, aten verse vis en zeevruchten en deden onszelf té goed aan lokaal bier. Bovendien werd Jordi door zijn gelijkenis met de Noorse voetballer Erling Haaland werkelijk dagelijks aangesproken of nagekeken door anderen. Ik hoorde zonder overdrijven elke dag wel de opmerking “Haalando mitai”, oftewel “hij lijkt net op Haaland”.






Ook was 17 augustus de dag dat de aflvering van TV Tokyo op het programma stond. Samen met Jordi konden we in Hokkaido eindelijk zien wat Yoshiki-san, de producer, van de vele beelden van mijn tatamitraining had gemaakt. Het leek inmiddels al zo lang geleden dat dit alles was opgenomen, en het was grappig en soms ook beschamend om terug te zien. Vanaf die avond was het natuurlijk gedaan met onze privacy als beroemd duo. De tijd vloog hier echter voorbij en voor we het wisten zaten we weer in het vliegtuig terug naar Kansai Airport. Terug in de klamme hitte van Osaka.
Jordi vertrok de volgende dag naar Namba waar hij nog een paar dagen in zijn eentje zou spenderen. Ik belandde na terugkomst in Izumi voor even in een zwart gat. Issei en Kana waren bij vrienden op bezoek in Zweden en in het gasthuis waren verder geen andere gasten of een vrijwilliger. Het was zeer stil in Fujitatami, het tegenovergestelde van hoe ik het in vele vervlogen dagen hier heb meegemaakt. Bovendien zorgde het verbreken van een speciaal contact dat hier eerder ontstaan is voor een confronterend gevoel.
Het dwong me om nog even te zitten met teruggekeerd liefdesverdriet en twijfels over waarom ik hier nu zit, als een langverblijvende vreemdeling in een cultuur die ik bij lange na nog niet heb kunnen doorgronden, bezig te zijn met een traditioneel ambacht en de vraag of ik daar wel wat mee kan als ik weer terug ben in Nederland. Ik heb dagen- en bijna wekenlang moeten strijden tegen neerslachtige gevoelens en moeten rondlopen met twijfels. Ik wist dat het tijdens die dagen er niet makkelijker op zou worden als ik in mijn uppie in Izumi zou blijven stilzitten en de zomer zou hervatten zoals voor Hokkaido. Er was beweging nodig om de tijd ook weer in beweging te brengen.
Een paar dagen na terugkomst uit Hokkaido, Jordi’s één na laatste avond in Japan, aten en dronken we als drietal Nederlanders (inclusief een nieuwe vriend, Stijn, die ik maanden geleden op Kansai Airport had ontmoet) en hadden we een mooie tijd. Na een aantal barretjes in Namba bezocht te hebben, miste ik tegen middernacht bijna de laatste trein terug naar Izumi. De volgende avond moest ik Jordi alweer uitzwaaien op het vliegveld, wat niet geheel makkelijk was. Dat is het misschien ook wel nooit, gezien het vliegveld doorgaans een plek is vanwaar verre reizen gemaakt worden, en het afscheid op zo’n locatie harder aankomt en echter aanvoelt.

Met een kleine brok in mijn keel stapte ik de trein in om weer alleen naar huis te gaan naar een leeg hostel. In de coupé zag ik de reclame voor een tentoonstelling met Japanse afbeeldingen en een naam die mij om één of andere reden zeer aansprak: Suikoden, vertaald naar het Engels als ‘Water Margin’. Meestal word ik door dit soort openbare reclameposters tot nergens toe aangespoord, maar deze keer besloot ik dat het goed zou zijn om mijn plotselinge interesse naar aanleiding van dit affiche een vervolg te geven. Het zou me goed doen om weer eens wat te ondernemen als een toerist en voor het eerst sinds een lange tijd de stad op te zoeken voor een dagtripje.

Op 23 augustus nam ik de trein naar Tennoji, waar de Suikoden-tentoonstelling in het Osaka City Museum of Fine Arts te zien was. De tentoonstelling bleek te gaan in het algemeen over één van Chinese literaire klassiekers uit de 15e eeuw (Shuihu Zhuan, in het Japans Suikoden) dat gaat over 108 helden die strijden tegen de corrupte autoriteiten. Het verhaal kan, volgens de informatie die ik erover kon vinden, gezien worden als een vroege inspiratiebron van verzet, waardoor het dan ook tijdens verschillende perioden in de geschiedenis gecensureerd werd en verboden was om te lezen. Het werk wordt onder andere geroemd vanwege de hoge mate van gedetailleerde beschrijvingen van de unieke karakteristieken van alle individuele 108 hoofdfiguren, die op ‘soms’ bedenkelijke wijze handelen (met name vanuit de hedendaagse blik).
Van die 108 figuren heeft Utagawa Kuniyoshi in de eerste helft van de 19e eeuw, een beroemde ukiyo-e-serie gemaakt. Deze 108 prints werden in een grote kamer tentoongesteld, wat een indrukwekkend geheel was. Zo kwamen de personages, maar ook het verhaal, op een zeer artistieke manier tot leven. De personage die mij het meest in het oog sprong was bijgenaamd de “Flowery Monk”, oftewel een monnik volgetatoeëerd met kersenbloesems op zijn rug, schouders en armen. Ik las tijdens de tentoonstelling dat de verschillende getatoeëerde figuren tevens de cultuur rondom tatoeages en mannelijkheid in Japan enorm hebben beïnvloed. Ik denk dan aan de beruchte yakuza, waarbij tatoeages ook onderdeel zijn van een identiteit die recht tegenover de gevestigde autoriteiten staat.




Wat me verder nog meer zeer welgevallig was, was de aangename temperatuur in het museum. Hoe had ik hier niet eerder aan kunnen denken? Natuurlijk worden drukbezochte, commerciële plekken koel gehouden om mensen het comfortabel te maken. Het lijkt misschien onbenullig, maar er ging voor mij na dit bezoek aan het museum een wereld open: de stad! Na bijna twee uur in het koele museum gespendeerd te hebben, en voor het eerst sinds tijden in Osaka zo lang achter elkaar niet te hebben gezweet, kon ik de warmte buiten weer even aan. Ik had het nooit verwacht dat een tripje naar de stad mij voor een nieuwe week kon opladen, en dat ik zou uitkijken naar het volgende weekend om de stad weer te bezoeken.
Gedurende de laatste week in augustus die volgde, was ik zoals gewoonlijk weer bezig met tatami. Met name om Hiromasa bij te staan met klusjes, waarvan er twee noemenswaardig zijn. Als eerste, Hiromasa krijgt naast tatami-opdrachten, bij tijd en wijle ook de opdracht om deuren of kozijnen in scholen te repareren, of althans om over die reparatie de leiding te nemen. Deze keer mocht hij een oude, piepende schuifdeur in zijn oude middelbare school in Izumi vervangen. Het gebouw is zeer oud, en ziet er van buiten en van binnen nog precies zo uit als in de tijd dat Hiromasa hier elke dag met rugzak naartoe ging. Een zeer nostalgisch bezoek.



Samen met een ‘deurenambachtsman’, zoals ik vanuit mijn gebrekkige Japans begrijp, deed hij op 24 augustus het benodigde meetwerk. Hierna kunnen de juiste materialen en onderdelen gezocht worden, en de offerte voor de gemeente worden opgemaakt. De dagen, zelfs weken die volgden, heb ik Hiromasa af en toe aan de telefoon horen praten over deze klus met de opdrachtgever. Het gaat kennelijk in Japan niet van een leien dakje om zoiets banaals als het vervangen van een deur te regelen. Dat moet echt zo goedkoop, doch kwalitatief mogelijk, en om dat te garanderen, wordt er vaak over en weer gebeld. Wordt vervolgd in september.
De tweede noemenswaardige klus is een direct gevolg van de uitzending van het Japanse tv-programma op 17 augustus. Hierin was uiteraard ook Hiromasa als tatami-meester te zien en de ronde tatamimat die hij voor Uniqlo had gemaakt eerder dit jaar evengoed. Een kijker van het programma was de ronde tatamimat opgevallen, en zag in Hiromasa de perfecte uitvoerder van een andere onconventionele tatami. Deze opdrachtgever, Yoshikawa-san, woonde niet ver van Izumi, namelijk in Sakai en is zelf een begaafd traditionele hovenier. Ook een echte ambachtsman dus. Over een paar dagen zou Hiromasa me meenemen naar de locatie van het speciale project van Yoshikawa-san voor het belangrijke eerste meetwerk.
Er lijkt toch zeer langzaam weer wat beweging te komen in de tijdelijk vastgelopen machine. Augustus is alweer ten einde, en we zijn nu zeker over de helft van de zomer. De herfst begint in zicht te komen, en de herontdekking van bekende mogelijkheden en het ontmoeten van nieuwe interessante personen houden het momentum in gang. Met het nieuwe tatamiproject van Hiromasa en de onvermijdelijke komst van de herfst belooft september een mooie, speciale maand te worden.


Leave a Reply