Oud en nieuw – September 2026

Nog steeds in de hitte, ging ik op 2 september mee met Hiromasa die metingen moest verrichten bij Yoshikawa-san, de traditionele hovenier waar ik eerder over had verteld. De hovenier was bezig met de renovatie van een oud tuinhuis tot een soort sakébar en had dus Hiromasa als begaafd tatami-ambachtsman op tv gezien. Voor de meest zichtbare hoek in zijn bar leek het hem mooi om daar een tatamimat neer te leggen, maar niet zomaar eentje. De tatami moest namelijk de vormen volgen van de kronkelende houten stammen (zie foto). Geen rechte zijden, of desnoods een rond geheel, waar Hiromasa ervaring mee heeft, maar echt iets totaal nieuws.

Om dit te bewerkstelligen zijn, eigenlijk zoals altijd bij tatami, zeer nauwkeurige metingen noodzakelijk. Maar omdat het hier niet gaat om rechte zijden die makkelijk met een meetlat zijn op te meten, moet Hiromasa hier gebruik maken van onder andere een flinke stapel kranten die precies in de vorm van het oppervlak gelegd en gevouwen kunnen worden, als een soort mal. Na alle stukken krant precies in het frame van de toekomstige tatamimat geplakt te hebben, neemt hij deze vorm mee naar de werkplaats waarmee hij vervolgens de basis van de tatami in de juiste afmetingen kan snijden.

De klus blijkt tijdens het proces eigenlijk steeds weer lastiger te zijn dan aanvankelijk gedacht, terwijl Hiromasa er van tevoren al zeker niet makkelijk over dacht. Hij zou later in september nog een keer terug moeten gaan naar het project van Yoshikawa-san om nog grondiger metingen te verrichten.

In de tussentijd gaan de ‘normale’ werkzaamheden in de tatamifabriek ook gewoon door. Een gezin dat vlakbij woont in Izumi, wacht bijvoorbeeld op de nieuwe tatamimatten die besteld zijn. Op 3 september worden de matten met uiterste zorg voltooid, zodat ze tegen het eind van de middag bezorgd en geplaatst kunnen worden in de betreffende kamer. Nét toen wij wegreden vanaf de werkplaats, begon het lichtjes te regenen. Niet ideaal om tatamimatten te vervoeren, aangezien ze gevoelig zijn voor water. Toen we slechts vijf minuten later aankwamen bij het huis van het gezin, was het inmiddels gaan stortregenen.

Zo’n regenbui waarvan je al binnen 2 seconden compleet doorweekt raakt als je buiten staat. Onmogelijk om tatamimatten van de auto naar het huis te dragen. We stonden voor maar liefst drie kwartier geparkeerd op de oprit van de klant met zes tatamimatten in de laadbak, om de regenbui af te wachten. Gelukkig had Hiromasa wel rekening gehouden met de kans op regen, en had hij de tatamimatten veilig onder een zeil gelegd. Overmacht, ook dat hoort erbij soms. “自然には勝てない Shizen ni wa katenai” zei Hiromasa treffend – “van de natuur kun je niet winnen.”

Maar met enig geduld konden we toch de missie volbrengen toen de razernij van de natuur was geweken. Hiromasa legde de tatamimatten snel en zorgvuldig op de juiste plekken, en de jonge kinderen van het gezin kwamen de nieuwe vloer direct testen door er hevig op te springen en rondjes op te rennen. De jongste van het stel deed ons sterk denken aan de iconische animepersonage Shin-chan. Hij was net een voetzoeker, en moest geregeld door zijn grote broer in bedwang gehouden worden. Een memorabel tafereel!

Een bijzondere gast was begin september naar het hostel gekomen: een 73-jarige Servische vrouw die voor twee maanden hier zou verblijven als kunstenaar. Als het ware de opvolger van Miyachi-san. Omdat het voor de nieuwe kunstenaar, Vera, nogal een avontuur is om in haar eentje naar Japan te komen, stond ik ervoor open om haar een beetje wegwijs te maken hier. Dit ging echter niet altijd van een leien dakje, en met name met de communicatie met Issei waren in de eerste weken hevige opstartproblemen…

Voor het weekend had ik plannen gemaakt om weer naar de stad te gaan, en de Servische kunstenaar wilde graag met me mee, onder andere omdat ze euro’s moest omwisselen. In haar eentje naar de grote stad gaan was nog te uitdagend vond ze, en dat begreep ik wel. Daarom kon ze bij mij aanhaken voor haar eerste avontuur naar de grote stad Osaka. Samen namen we de trein van Izumi-Chuo naar Namba, en het was leuk om te zien dat ze zich om haast alles wat ze zag verbaasde. Tevens maakte ze zich geregeld zorgen of ze dit straks wel in haar eentje kon doen. Ik probeerde haar gerust te stellen dat het allemaal wel meevalt. Na haar begeleid te hebben naar het geldwisselkantoor in Namba, trakteerde ze op takoyaki, een bekende lokale snack. Omdat ik zelf nog eigen plannen had, zeiden we elkaar na het eten gedag en liet ik de oudere Servische dame over aan de chaotische straten van Osaka…

Mijn plan voor die dag was om eens op vinylzoektocht te gaan in Shinsaibashi en Kitahama. Ik ben met name op zoek naar Japanse ambientplaten (kankyō ongaku, zoals het genre in Japan vaak wordt genoemd), maar  degene die ik goed ken, zijn inmiddels zeldzame verzamelobjecten geworden met een hoog prijskaartje. Artiesten zoals Hiroshi Yoshimura, Ken-Ichiro Isoda en Takashi Kokubo zijn sinds 2017 ineens herontdekt en enorm in populariteit gestegen. Ook ik bevond me onder de nieuwe groep liefhebbers, en als ik eraan terugdenk herinner ik me dat deze muziek één van de voornaamste redenen voor mij was om Japan ooit te willen bezoeken.

In de platenwinkels in Osaka moest ik dus vooral zoeken naar platen van de nog minder bekende en legendarische artiesten, en gelukkig zijn er hier dan ook genoeg van. De juiste platenzaken hebben hele bakken met albums die ‘ambient’ of ‘new age’ gelabeld zijn. Ik zie in deze pakken niet alleen enige voor mij bekende artiesten, maar ook veel onbekende vinylplaten met interessante albumhoezen die het uitzoeken waard zijn. Op deze manier leer ik ook meer (Japanse) artiesten kennen die binnen het genre kankyō ongaku vallen. Het voelt eigenlijk weer als de tijd van voor Spotify en YouTube, toen ik op het internet rondkeek in muzieklijsten en veelal albums beluisterde die een aansprekende albumhoes hadden. Op die manier heb ik destijds ook veel van mijn favoriete muziek ontdekt.

Dit was in Shinsaibashi, vlakbij Namba. Ik vervolgde mijn weg later naar Kitahama waar zich nog een platenwinkel bevond die zich specialiseert in ambient en elektronische muziek. Mijn verwachtingsloze bezoek aan dit stadsdeel van Osaka was een schot in de roos, omdat de platenwinkel niet alleen een succes was, maar Kitahama ook een valhalla blijkt te zijn voor een curryliefhebber zoals ik. Google Maps liet een overvloed aan goed gerecenseerde curryrestaurants zien, waardoor het me al snel duidelijk werd dat ik vaker terug moet komen.

Na het geslaagde weekend mocht ik me in de werkplaats van Hiromasa weer bezighouden met het maken van een tokonoma. Deze keer een extra speciale, namelijk eentje met een houten onderframe. Hiromasa had al een keer eerder zo’n tokonoma gemaakt om te oefenen, dus het houten onderframe hoefde alleen lichtjes bijgewerkt te worden met de zaag om te voldoen aan de afmetingen van de nieuwe tokonoma.

We zijn inmiddels al verder in september, en de temperaturen zijn dusdanig lager geworden, dat een aangename avondwandeling weer mogelijk is. Het is echter nog lang niet koel in Izumi…

Een belangrijk, ongezien onderdeel van tatamimatten is de tatami doko, oftewel de kern. Traditioneel wordt deze gemaakt van samengedrukt rijststro, maar tegenwoordig bestaat de kern altijd op z’n minst gedeeltelijk uit styrofoam. Een synthetische stof op basis van petroleum. Rijststro-kernen worden tegenwoordig bijna niet meer gemaakt in Japan, omdat het materiaal bijna niet meer verkrijgbaar is.

Dit heeft te maken met het feit dat tegenwoordig de meeste rijstplanten met de machine worden geoogst, en de gewassen niet genoeg lengte hebben voor gebruik als tatamikern. Daarnaast heeft de overstap op styrofoam voor een enorme daling gezorgd in actieve vakmensen die nog de traditionele tatamidoko kunnen maken. Dit maakt dat de volledig traditionele (in Japan gemaakte) tatamimatten bijna onbetaalbaar zijn geworden.

Uiteraard heeft Hiromasa, als doorgewinterde tatami-ambachtsman, oude contacten warm gehouden, en heeft hij nog banden met een zeer oud familiebedrijf in de prefectuur Nara dat gespecialiseerd is in de traditionele rijststro tatamikernen. Wij bezochten deze fabriek op 11 september, onder andere omdat Hiromasa nog natuurlijk restmateriaal heeft dat door de fabriek in Nara hergebruikt kan worden in nieuwe tatamidoko. Hiromasa kon van de fabriek dan weer bundels gedroogd rijststro krijgen die zijn Nederlandse leerling, annex hulpje, kan gebruiken voor nieuwe, handgemaakte tatamimatten.

De tatamidokofabriek bevindt zich in de buurt van Kashihara, ongeveer een uur rijden van Izumi. Het is duidelijk een plek die zijn hoogtijdagen al achter de rug heeft. De fabriek straalt vergane glorie uit, wat goed benadrukt werd door de reparatie aan de belangrijkste machine die juist aan de gang was toen Hiromasa en ik aankwamen. We moesten dus even wachten om de betreffende machine in actie te zien. Een drietal mannen was bezig met het grote apparaat. Eén gespecialiseerde reparateur en twee broers, die de eigenaren van het traditionele bedrijf bleken te zijn.

Ik keek desalniettemin mijn ogen uit. De machine was uitzonderlijk lang en bevond zich in een soort schuur waarin alle hoeken en nissen compleet waren afgevuld met stof dat zich duidelijk al jaren aan het ophopen was. Naast de ruimte met de machine was een nog groter schuurgedeelte waar met name balen rijststro werden bewaard en een bedrijfstruck volgepakt met nog meer rijststro.

Toen de machine na enige tijd eindelijk weer klaar was gemaakt voor het harde werk, namen de broers hun posities in en begonnen met het in Japan bijna uitgestorven ambacht. Voor hun was het echter duidelijk routinewerk, zoals echte vakmannen hun beroep altijd laten lijken. Toch runnen zij het enige overgebleven bedrijf in de gehele prefectuur Nara, en zeker één van de weinige in heel Kansai, en is wat ze daar doen op zijn minst bijzonder te noemen. Je ziet de geschiedenis in actie en bent daar getuige van een traditie die helaas geen nieuwe generaties meer kent. Althans, daar lijkt het in ieder geval op.

De herfst begint er echt aan te komen zo halverwege september. Het is weer tijd om er met de fiets op uit te gaan. Ik koos een nieuwe bestemming: Ushitakisan Daiitoku-ji, ongeveer anderhalf uur fietsen vanaf Fujitatami. Het is een shrine die bekend is om het beeld van een koe (ushi) en hoe mooi het er zou zijn wanneer de herfstkleuren op zijn hoogtepunt zijn. Voor die herfstkleuren was het nog lang niet zo ver, dus na een partijtje zwoegen en zweten op de fiets (ongeveer 400 meter omhoog fietsen) kwam ik aan in een serene kalmte met een handjevol andere fietsers. Echter val ik behoorlijk uit de toon met mijn stadsfiets met fietsmand en zeven versnellingen tussen de echte wielrenners met racefietsen en fietspakken.

Tijdens het verkennen van de shrine en het gebied rondom, zie ik hoe dat natuur de afgelopen maanden in de meedogenloze klamme hitte gewoon zijn gang is blijven gaan. Het is er ongelofelijk groen en het bruist er van het leven in de vorm van planten, paddestoelen en kleine beestjes. Voor de omgeving hier was de hete zomer niks nieuws. De weelderige natuur met traditionele Japanse architectuur gaf me een gevoel van tijdloosheid.

Responses

  1. passionate59339f7457 Avatar

    Weer een mooie en interessante blog !

    >

    Like

  2. fanperfectly2d476c2911 Avatar

    Wat leuk weer allemaal om te lezen!

    Like

Leave a Reply