Vijf weken in vogelvlucht – maart / april 2026

Het inlopen van de weken op deze blog gaat nog niet van harte. Vandaar dat ik de laatste weken wat beknopter ga beschrijven, om vervolgens wat meer in de huidige tijd te kunnen bloggen.

De vorige blog was ik nog gebleven bij de dagen dat de cameraploeg hier de laatste keer was. Er moest uiteraard nog het een en ander vastgelegd worden, waaronder dat ik begin te oefenen met de grote naald en het hennepdraad die gebruikt worden voor traditioneel handnaaien. Ik als echte beginner moest dan ook beginnen bij het absolute begin: simpelweg de draad door een rijststrobasis werken met de grote naald om zo gewend te raken aan de naaitechniek. Al snel begon ik aan het gevoel te wennen en kon ik me meer gaan focussen op precisie en plaatsing van de naald op de juiste plek. Precisie, kom ik nog achter, is zeer belangrijk bij het maken van tatamimatten, omdat kleine afwijkingen kunnen zorgen voor lelijke oneffenheden en opvallende slordigheid.

Als je met de naald van boven naar beneden gaat, zie je natuurlijk precies waar je hem plaatst. Echter gaat de naald ook weer van onderen terug omhoog, waardoor je niet direct ziet waar je de naald in de mat prikt. Hierdoor komt de naald vaak aan de bovenkant eruit waar je hem totaal niet wilt hebben. Hiromasa legde me uit dat het bij het handnaaien belangrijk is om met een vinger van de linkerhand te voelen in de mat waar je de naald met de rechterhand moet prikken. Zorg er dan natuurlijk wel voor dat je de naald niet in je vinger prikt. Hiromasa drukt me meerdere keren op het hart dat ik moet uitkijken en geen blessures moet oplopen: “気をつけて” (kiwotsukete), oftewel, wees voorzichtig. Ook al is efficiëntie belangrijk in het vak, van de sensei heb ik al vroeg de term ‘ぼちぼち’ (bochi bochi) geleerd: ‘langzaam maar zeker’.

Slordigheid

Met de filmploeg in ons kielzog reden we naar een particuliere klant die zijn werkplaats renoveert en nieuwe tatamimatten nodig heeft voor een kamer. De klant blijkt een zeer bereisde jongeman te zijn die goed Engels spreekt en nog steeds actief is in de reisbranche: https://www.bremens.jp/. Hij creëert hier in Izumi een soort kleine verblijfplaats voor toeristen in een oud huis, en vindt het belangrijk om ook een traditionele Japanse tatamikamer in het huis te hebben. “Zo kunnen toeristen ontspannen en genieten van echte Japanse cultuur”. De oude tatamimatten worden door Hiromasa en mij verwijderd uit de kamer. Deze bleken al zeker 50 jaar oud. Met een speciale meetlat – geen centimeters of inches, maar met speciale tatami-meeteenheden – en een laser werd de kamer zorgvuldig opgemeten door Hiromasa. Deze gegevens zijn cruciaal om voor de kamer precies op maat gemaakte matten te produceren die perfect, zonder speling, passen.

In de avond werd ik door de tv-ploeg uitgenodigd om met ze mee te gaan eten bij een sushirestaurant met lopende band. Het restaurant waar we heen gingen is voor mij bekend terrein. Ik ben daar al tientallen keren geweest vanwege de onevenaarbare prijs-kwaliteit-kwantiteitverhouding. Ondanks de taalbarrière was het erg gezellig en leerde ik van de ploeg nog enige typische Japanse en Kansai-specifieke gezegdes. Leuk ook om eindelijk eens een keer met hun in het gezelschap te zijn zonder een camera erbij. Natuurlijk was dit een uitzondering, omdat ze hier gewoon aan het werk waren. De laatste avond met de filmploeg moest er nog wat meer uniek beeldmateriaal gemaakt worden, namelijk een facetime-gesprek tussen mij en mijn moeder, die pas net een week terug was van Japan. We hadden elkaar dus nog kortgeleden gezien, maar dat mocht uiteraard niet zo lijken van TV Tokyo.

Na drie intensieve dagen met de filmploeg kon ik eindelijk zelf beginnen met de stage zonder camera’s erbij. Ik kreeg een eigen installatie op een traditionele tatamiwerkbank, zodat ik op de grond met mijn benen dubbelgevouwen aan het naaien kon. Al snel bleek dit voor mijn Westerse benen niet vol te houden, dus is er toch maar besloten om mij op een stoel neer te zetten – voor nu…

Mijn aanvankelijke werkplek
Mijn huidige werkplek

In de tussentijd stonden de kersenbloesems hier in volle bloei, wat elke dag weer opnieuw een prachtig gezicht is. Het is een verschijning die een zichtbaar bewijs vormt dat de lente begonnen is. Vele mensen begeven zich in parken om onder de kersenbloesems te picknicken en zich op de foto met de bloemetjes te laten zetten. Met Issei, Kana en Cagla – de Turkse reiziger die voor een maand meehelpt in het het gasthuis – gingen we met de auto naar Yoshino. Deze plek staat bekend om het imponerende kersenbloesemlandschap en is een immens populaire bestemming tijdens het kersenbloesemseizoen. Ondanks de toeristen die hier in groten getale op af kwamen, is het een magische ervaring om hier voor het eerst te zijn. Erg vergelijkbaar met twee jaar geleden toen ik tijdens het kersenbloesemseizoen aankwam in Tokio: ondanks de mensenmassa vele magische momenten, met name in Shinjuku Gyoen.

De magie in Yoshino bleek zich voor ons als groep uit te breiden, omdat wij door de overwerkte eigenaar van een prachtig gelegen theehuis als één van de weinige gasten binnen werden gelaten. Met een kop matcha in een grote tatamikamer konden wij aanschouwen, niet alleen het geweldige uitzicht op de kersenbloesemvallei, maar aan de andere kant ook de nieuwsgierige toeristen die onjapans resoluut werden verteld door de oudere vrouw dat ze vandaag gesloten was en ze niet binnen konden komen – en dat terwijl er overduidelijk gasten zoals wij aan tafel versnaperingen zaten te nuttigen.

In het ‘gesloten’ theehuis

In Izumi was het een oase van rust in het gasthuis. Er kwamen deze dagen eigenlijk nauwelijks tot geen toeristen langs, soms een enkeling. We maakten de typische Osaka-snack takoyaki, hetgeen veel wegheeft van hoe de Nederlandse poffertjes worden gemaakt. Echter zijn dit hartige deegballetjes, normaliter met octopus (tako), maar wij hadden andere vullingen die goed smaakten.

Takoyaki maken onder het genot van een berucht drankje

Later die week kwamen Gwen en Bas nog een laatste middag langs na rondgereisd te hebben door Japan. In de namiddag ging ik met ze mee naar Osaka-shi, oftewel Namba. Het was deze dag echt ouderwets zeikweer. We deden verwoede pogingen om een specifieke bar te vinden voor hapjes en drankjes. Bas zijn sokken werden door de hevige regenval zeiknat, omdat ik zijn paraplu mij enigszins onbewust had toegeëigend. Bij wijze van een toevalstreffer kwamen we na misschien wel een uur rondbanjeren door Dōtonbori uit bij een geweldig knus jazzcafé. Een heuze smokey jazz bar, waar de asbakken gewoon op de bar stonden en jazzmuziek van langspeelplaten te horen was. Ik moest meteen het eerste nummer dat gedraaid werd shazammen: Walk On By van Cal Tjader.

Dōtonbori met regen

Na enige hapjes en meerdere drankjes moest ik afscheid nemen van Gwen en Bas, die de volgende dag weer naar Nederland zouden vliegen. In het ondergrondse gangenstelsel van Osaka omhelsden we elkaar en ging ik weer alleen ‘huiswaarts’, naar Izumi. Apart, dat ik hun waarschijnlijk een lange tijd niet ga zien.

Tussen de regels door ben ik naast de tatamistage ook op afstand aan het werk voor mijn werkgever in Nederland: content schrijven voor een webshop. Tim, Mijn collega aldaar, heeft me eerder gevraagd om eens op zoek te gaan naar zogeheten JIS-schroevendraaiers voor zijn schroevendraaiercollectie. Als onhandige Harry had ik daar nog nooit van gehoord, maar dat zijn dus speciaal ontworpen Japanse schroevendraaiers die belangrijk zijn om te kunnen sleutelen aan oldtimers. In Nederland zijn die kennelijk nauwelijks (goedkoop) verkrijgbaar, maar na een korte speurtocht met Hiromasa in de grote VivaHome (een soort mega-Gamma), bleek de keuze in Japan reuze. En ook nog eens zeer betaalbaar.

Terug in de tatamiwerkplaats was ik ook bezig gegaan met het maken van tokonoma’s, met name ter ondersteuning van het leerproces omtrent de hoeken van een tatamimat vastnaaien. Een tokonoma (床の間) is een dun en kleiner matje dat eigenlijk alleen bestaat uit de bovenlaag van een tatamimat en de zijstof. Het wordt gebruikt als een soort spiritueel ornament. De manier van naaien is nagenoeg gelijk aan dat van een tatamimat, alleen is het een stuk minder fysiek, omdat de (kleinere naald) slechts door een dunne bovenlaag igusa gehaald hoeft te worden. Na enig oefenen hiermee begon ik de logica achter de hoeken van een echte tatamimat vastnaaien eindelijk te begrijpen. Het heeft me weken gekost om deze handeling door te krijgen.

Een tokonoma maken

Verder hielp ik Hiromasa ook met het afleveren van nieuwe tatamimatten in sociale-woningbouw-appartementen. Ik vond het in eerste instantie bijzonder positief dat er voor zulke woningen gekozen wordt voor in ieder geval één tatamikamer, echter is daarmee ook alles gezegd. De appartementen zijn oud en hebben betonnen vloeren. Hierop worden direct de tatamimatten gelegd, tot opvallende teleurstelling van de maker zelf, Hiromasa. “There is no ventilation now, and no sunlight coming in. Mold will come very fast…” Ik vroeg aan hem of dat bekend was bij de eigenaren. Ja, dat was wel bekend, maar de eigenaren huren de appartementen uit, die hoeven er niet zelf in te wonen.

Een kleine ongeventileerde tatamikamer in een flatgebouw
Zorgvuldig meten

Op sommige plekken waar Hiromasa nieuwe tatamimatten levert, liggen zeer oude tatamimatten die het soms wel 40 tot 50 jaar hebben volgehouden (niet in de bovengenoemde appartementen dus). Dit zijn meestal matten die bijna volledig bestaan uit natuurlijke materialen. Deze matten haalt hij op en kunnen worden hergebruikt als meststof. Ik ging eens met hem mee naar de bevriende sinaasappelboer Kondo-san. Hij woont in een prachtige, landelijke omgeving in Kishiwada, niet ver van Izumi. Zijn sinaasappels zijn, zo heb ik me laten vertellen, volledig biologisch, en smaken top. In ruil voor oude tatamimatten krijgt Hiromasa tegen een vriendenprijsje een kist met sinaasappels mee.

De maand april vordert gestaag. Na een periode van veel regen en wind is het kersenbloesemseizoen relatief vroeg geëindigd. Echter was er ook veel mooi weer op komst, en nu ging het snel met de bloei van de wisteria, oftewel fuji 藤 zoals die in Japan wordt genoemd. Kana had vier jaar geleden ter ere van het vijfjarig bestaan van het gasthuis de zaadjes geleverd voor de wisteria, en dit jaar staat hij voor het eerst echt goed in de bloei. Het is de bloem waarnaar het gasthuis waar ik verblijf gedeeltelijk is vernoemd: Fujitatami. Het andere gedeelte spreekt voor zich.

Wisteria / Fuji

Na enkele dagen lekker weer, was er een langere tijd van meer regen, kou en wind. Het is opvallend hoe erg het weer van dag tot dag kan omslaan, en met name de temperatuur. De nachten werden weer verraderlijk koud, wat zorgde voor een verkoudheid. Precies om die reden had ik gelukkig voldoende (thee)kruiden van huis meegenomen. In Japan zijn er natuurlijk ook genoeg middeltjes waarmee de weerstand en het gemoed ondersteund kunnen worden, bijvoorbeeld zoete, scherpe gembersnoepjes.

Gembersnoepjes

In de weekenden probeer ik zoveel mogelijk te genieten van het lekkere weer (als dat er is), door met de fiets op pad te gaan. Ik heb de tijd om nu meer andere plekken te bezoeken waar ik nog niet eerder was geweest. Zo ging ik naar een relatief onbekende shrine genaamd Shinodanomori Kuzunoha Inari, waar één van de oudste en grootste bomen van de regio wordt vereerd. Ook fietste ik naar het stadje Kongō, wat in eerste instantie een teleurstellend bezoek was, ware het niet dat ik, om mijn teleurstelling te transformeren, een willekeurige lokale izakaya bezocht voor een koel drankje. Hier had ik mooie (doch oppervlakkig simpele) gesprekken met ogenschijnlijke stamgasten die zich te goed deden aan alcohol en sigaretten. Zij vonden het maar al te mooi om een buitenlandse tatami no gakusei (tatamistudent) aan de bar naast hun te hebben. Of ze vonden het slechts gewoon mooi dat er in hun barretje een keer een nieuweling kwam zitten die zijn best deed belabberd Japans te spreken.

Izakaya in Kongō

Over fietsen gesproken, mijn verlangen om later dit jaar nog eens een meerdaagse fietstocht te maken werd verder aangewakkerd door een Japanse gast (Rio) die per fiets aankwam bij Fujitatami. Deze jongedame is een doorgewinterde bikepacker, die al meerdere keren voor maanden door Japan is gefietst. Aan haar fiets is haar ervaring duidelijk af te zien. Voor een ruime week zou ze deze parkeren bij het gasthuis, omdat ze de Kumano Kodo ging lopen. Een meerdaagse spirituele hiketocht, vergelijkbaar met El Camino (de Santiago). Iets dat ook nog op mijn planning staat binnenkort.

De inspirerende fiets van Rio

Op 25 en 26 april werd er op de locatie van een shrine in Kishiwada een kleinschalig festival gehouden met een echte hippiesfeer: Genten. Er waren veel marktkraampjes van kleine ondernemers die souvenirtjes, kleding en bovenal eten en drinken verkochten. Ook Kana stond er met haar koffie- en donutskraam, genaamd Awase. Zij maakt al een paar jaar enorm lekkere glutenvrije donuts gemaakt van onder andere komeko (米粉), oftewel rijstmeel. Issei verkocht vanuit dezelfde kraam kleine tatamiproducten van zijn eigen merk Tartami. Verder bracht een overvloed aan getalenteerde musici zowel traditionele Japanse muziek, als wat meer experimentele muziek ten gehore. Tegelijk leek het alsof de zomer voor het eerst om de hoek kwam kijken, ook al moest mei nog beginnen.

Awase Coffee & Tartami
Een humoristische, doch getalenteerde muzikant genaamd ‘Ichi’

De dagen werden warmer, de zomer zette door. Eind april maakten we op een hete dag een tripje met de auto naar Nara, om de daibutsu (大仏) te aanschouwen. De stad is inmiddels een flinke toeristische attractie geworden vanwege de rijke historie, vele oude tempels en het unieke gezicht van honderden herten die vrijuit rondlopen. Volgens Issei en Kana is het de afgelopen jaren niet normaal druk geworden vergeleken met de tijd voor Corona. Iedereen wil op de foto met de herten en zo ‘unieke’ content maken als aandenken voor thuis. In de avond loopt de stad weer leeg, omdat de meeste toeristen hier dagjesmensen zijn die snel door moeten naar de volgende toeristische trekpleister, zoals Kioto, Osaka of Hiroshima. Deze dag gold dat ook een beetje voor ons, en besloten wij ons dagtripje met een bezoek aan een populaire winkel in Nara die daibutsu pudding verkoopt: Purin no Mori.

Rechts de daibutsu

Ons bezoek in Nara was de laatste dag voordat de Golden Week begon. Dit is de week waarin de meeste mensen en alle schoolkinderen in Japan vakantie vieren, hetgeen enorme drukte op alle recreatieve plekken betekent. Voor mij betekent het juist het mijden van deze plekken en mijn tijd vooral te spenderen in mijn thuisbasis in Izumi. Het gasthuis stroomde echter snel ook vol met reizigers uit Europa en Amerika, wat zorgde voor een gezellige sfeer. Desalniettemin was ik toch met name bezig om mijn ritme met betrekking tot de tatamistage te handhaven. Intussen kwam een nieuw bezoek van de filmploeg uit Tokio weer dichterbij. In mei zouden ze mijn vorderingen willen filmen in de vorm van een test die ik moet afleggen: het maken van een halve tatamimat, van kamechi tot kayashi. Zoals Issei al zei, misschien is het goed dat de filmploeg ons zo op de hielen zit. “Otherwise we would get lazy”.

Response

  1. passionate59339f7457 Avatar

    Leuke update weer met foto’s !

    Ik ken Walk on By alleen in de uitvoering van Dionne Warwicck

    https://www.youtube.com/watch?v=vsGsCvJWEo8 Walk on By youtube.com

    >

    Like

Leave a comment